Het verhaal
We worden allemaal ouder.
Onlangs is mijn vader opgenomen in een verzorgingshuis. Hij heeft Parkinson. Die beslissing namen we niet alleen voor hem, maar ook voor mijn moeder. Samen hebben ze altijd alles gedragen, maar op een gegeven moment wordt de last te zwaar.
In deze periode kwam een besef steeds dichterbij: ons leven hier op aarde is niet eindeloos. Er komt een moment waarop wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, er straks niet meer zal zijn. Dat besef zette mij aan het schrijven.
Ik ben gaan schrijven over wat mijn ouders voor mij betekenen. Over onze band, ons leven samen en de geschiedenis die we delen. Over herinneringen. Mooie herinneringen, moeilijke herinneringen, verdrietige herinneringen en herinneringen die langzaam vervagen.
Sommige verhalen weet ik zelf niet meer. Ze leven nog in de gedachten van mijn vader en moeder. Zolang zij ze kunnen vertellen, blijven ze bestaan. En daarom is elke ontmoeting, elk gesprek en elk moment samen zo waardevol. Omdat ik weet dat de tijd komt waarop ik niet meer kan vragen naar vroeger, niet meer kan luisteren naar hun verhalen, niet meer samen kan terugkijken.
Dat gevoel hoor ik terug in de woorden van dit lied:
‘Dus laat de klok nog maar wat langzamer gaan,
laat ons nog een tijdje naast elkaar bestaan.
Want straks verdwijnen de woorden van mijn begin,
dus hoop ik op nog veel vandaag, voordat dat straks...
...ooit is.’
Voor mij zit de kern van het lied in dat laatste woord.
"Straks" is vandaag nog de toekomst. Een moment dat nog niet is aangebroken. Maar als de tijd zijn werk heeft gedaan, wordt datzelfde "straks" veranderd in "ooit". Een herinnering. Een verhaal. Iets waar je naar terugkijkt omdat je er niet meer naar terug kunt gaan.
De woorden in dit lied raken mij daarom diep. Het is mijn verhaal. Mijn gevoel. Mijn manier om vast te leggen wat misschien ooit alleen nog een herinnering zal zijn.
En daarom wil ik eindigen met de woorden die voor mij het belangrijkst zijn:
Pap en mam, bedankt voor alles. Ik hou van jullie.

