Het verhaal
Dit lied schreef ik naar aanleiding van het overlijden van mijn neef Berend van Berkum, die op 30 april 2026 overleed, slechts 48 jaar oud.
Zijn laatste bericht aan de familie kwam hard binnen. Met een indrukwekkende rust en eerlijkheid liet hij weten dat het "potje” leeg was en dat hij koos voor palliatieve sedatie. Het waren woorden van afscheid, maar ook woorden van acceptatie.
Vanaf dat moment merkte ik hoe familie, vrienden en ook zijn vrouw Dineke en hun kinderen Anne en Ben omgingen met een verlies dat nauwelijks in woorden te vatten is.
De uitvaart was bijzonder. Anders dan de traditie soms voorschrijft, maar helemaal passend bij wie Berend was. Door muziek, herinneringen en verhalen ontstond niet alleen ruimte voor verdriet, maar vooral voor wie hij tijdens zijn leven was geweest. Niet de ziekte stond centraal, maar de mens.
Onze familie is groot. Daardoor kennen we elkaar misschien niet altijd even intensief, maar wel goed genoeg om te weten wie Berend was. Iemand met een eigen karakter, een sterke wil, een groot hart en een hechte band met de mensen die dicht bij hem stonden. Ook met 3 neven met wie hij opgroeide bestond een onverwoestbare broederband.
Toen ik dit lied schreef, dacht ik terug aan de Berend die ik kende. Aan kleine herinneringen uit onze jeugd, aan zijn aanwezigheid, zijn karaktertrekken en de dingen die hem uniek maakten. Sommige beelden in het lied zijn persoonlijk en symbolisch; herinneringen die voor mij onlosmakelijk met hem verbonden zijn:
"De geur van gisteren" verwijst naar iets uit onze jeugd. Berend had vroeger vaak last van zweetvoeten, iets waar we elkaar onderling regelmatig mee plaagden. Het is een kleine, bijna grappige herinnering, maar juist zulke dingen blijven soms het langst hangen. Net als een geur die niet helemaal verdwijnt.
Het soms schreeuwen van de stem in het lied verwijst naar een andere herinnering. Wanneer Berend vroeger boos was, kon hij flink uitvallen en zijn stem verheffen. Voor mij was dat een typerend onderdeel van wie hij was: energiek, aanwezig en niet iemand die zijn emoties verborg.
De regel "Twee stemmen slapen boven" verwijst naar zijn kinderen, Anne en Ben. Voor mij symboliseren zij hoe een deel van Berend blijft voortleven. Niet alleen in herinneringen, maar ook in de mensen die hij heeft achtergelaten. Zij zijn voor altijd een deel van hem, zoals hij altijd een deel van hen zal blijven.
Daarnaast zijn er in het lied verschillende woorden en zinnen verwerkt die verwijzen naar hoe Berend sprak over zijn ziekte, de keuzes die hij daarin maakte en de manier waarop hij in het leven stond.
De appel is een verwijzing naar de film Phenomenon (1996). Tijdens het afscheid van Berend moest ik direct aan die scène uit die film denken. De gedachte daarachter; dat iets pas werkelijk betekenis krijgt wanneer je het deelt, ervaart en meeneemt, voelde voor mij passend bij de verhalen die over hem werden verteld. Daarom heeft de appel een belangrijke plek in het lied gekregen.
Maar de kern van het lied gaat over iets groters: dat liefde niet stopt wanneer een leven eindigt. Dat een mens voortleeft in zijn partner, zijn kinderen, zijn familie en in alle herinneringen die achterblijven.
Na het maken van dit lied bleef voor mij één belangrijke gedachte over:
Je kunt iemand loslaten, maar je raakt hem nooit helemaal kwijt. Wat hij heeft gegeven, leeft verder in de mensen die hem liefhadden.

